Geautoriseerd Service Centrum 


Bij aanleg, onderhoud en reparatie van technische installaties wordt veel gebruik gemaakt van meetinstrumenten. De verkregen meetresultaten worden gebruikt om te bepalen of de installatie naar behoren, dus binnen de gestelde specificaties, presteert. Het is hierbij niet alleen belangrijk dat de technicus kan vertrouwen op de nauwkeurigheid van de meetresultaten, maar ook dat de juistheid van deze resultaten kan worden aangetoond.
 
De installateur of onderhoudstechnicus die als laatste werkzaamheden heeft verricht aan een installatie is aansprakelijk voor eventuele schade die ontstaat door foutieve werking. De 'claimcultuur' speelt een steeds grotere rol in het bedrijfsleven en daarom is het verstandig te zorgen dat de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden aangetoond.
 
Een goede oplossing is het vastleggen van relevante meetresultaten in een rapportage. Hiermee kan worden aangetoond dat de installatie na de verrichtte werkzaamheden correct en volgens de geldende regels functioneerde. De nauwkeurigheid van de gebruikte meetinstrumenten en de juistheid van de meetresultaten kan echter nog wel ter discussie worden gesteld. Om de juistheid van de meetgegevens te kunnen aantonen is een recent en geldig kalibratiecertificaat nodig.
 

Kalibratie

Kalibratie rookgasanalysers
Wat gebeurt er echter als de nauwkeurigheid van het instrument buiten de specificaties valt? Wordt het instrument dan altijd bijgeregeld en worden versleten of defecte onderdelen vervangen? Dit blijkt sterk afhankelijk van het servicecentrum waar de kalibratie en het onderhoud worden uitgevoerd. De beschikbare faciliteiten, de werkwijze, het kennisniveau van het personeel en de beschikbaarheid van de juiste (originele) onderdelen zijn bepalend voor de kwaliteit van de geboden service.Bij kalibratie van een meetinstrument worden de verkregen meetresultaten in een kalibratieopstelling vergeleken met een herleidbare (inter)nationale standaard. De afwijking ten opzichte van deze standaard wordt bij verschillende waarden vastgelegd, zodat tevens de lineariteit in beeld kan worden gebracht. De geconstateerde afwijkingen worden vervolgens op een kalibratiecertificaat vermeld, waarmee de nauwkeurigheid van het betreffende instrument kan worden aangetoond.
 

Geautoriseerd

Vrijwel alle fabrikanten van A-merken meetinstrumenten beschikken in verschillende landen over minimaal één geautoriseerd service centrum. Het servicepersoneel wordt regelmatig getraind door de fabrikant en beschikt naast actuele kennis van de instrumenten, ook over het juiste gereedschap en originele onderdelen. Daarnaast is voor veel moderne meetinstrumenten speciale software nodig om wijzigingen aan te brengen in de werking en de functionaliteit van het toestel. Deze software wordt uitsluitend aan dergelijke geautoriseerde service centra ter beschikking gesteld. Hiermee zijn deze instellingen in staat om het meetinstrument op de juiste wijze te onderhouden en te kalibreren, waarbij de fabrieksgarantie intact blijft.
Wie een meetinstrument laat onderhouden en/of kalibreren bij een instelling die niet is geautoriseerd, loopt het risico dat de werkzaamheden onvolledig of op onjuiste wijze zijn uitgevoerd. Dit kan gevolgen hebben voor de garantie en tevens voor de productaansprakelijkheid. Bij twijfel over de status van een serviceverlener is het dus raadzaam te vragen naar het certificaat, waaruit blijkt dat deze is geautoriseerd door de fabrikant. Geautoriseerde service centra accepteren over het algemeen geen instrumenten van merken waarvoor zij geen autorisatie hebben.
 

Voorkalibratie, justage en nakalibratie.

Bij de kalibratie van een meetinstrument is een juiste werkwijze belangrijk. Het toestel moet eerst acclimatiseren in het kalibratielaboratorium. Afhankelijk van de aard van het meetinstrument kunnen verschillende factoren een rol spelen, zoals temperatuur, omgevingsdruk en relatieve luchtvochtigheid. Deze parameters worden in een kalibratielaboratorium geregistreerd en zo nodig beïnvloed. De waarden van deze parameters worden op het kalibratiecertificaat vermeld. Daarna wordt een voorkalibratie uitgevoerd.
 
Door de kalibratiewaarden te vergelijken met het laatste certificaat, kan de juistheid van de meetresultaten van de tussenliggende periode worden vastgesteld. Als de kalibratiewaarden binnen de specificaties liggen kan hiermee worden volstaan. Indien de kalibratiewaarden echter buiten de specificaties van het toestel liggen moet het toestel worden bijgesteld (gejusteerd). Bij moderne meetinstrumenten is hiervoor meestal specifieke software van de fabrikant nodig.
 
Na justage volgt een nakalibratie waarbij de nieuwe, verbeterde nauwkeurigheid van het toestel wordt vastgelegd. Deze kalibratiewaarden zijn bepalend voor de komende periode. De klant ontvangt zowel van de voorkalibratie als van de nakalibratie kalibratiecertificaten.
 

Kalibratie-interval

Kalibratie warmtebeeldcamera
De eerste kalibratie van een meetinstrument vindt plaatst bij aanschaf. Uiteraard mag een klant verwachten dat een nieuw instrument binnen de specificaties functioneert, maar zonder een kalibratiecertificaat is dit niet aan te tonen. Naast de aanschafprijs van het meetinstrument maakt de klant dus ook direct kosten voor de kalibratie. Hoe vaak een instrument daarna moet worden gekalibreerd is afhankelijk van het type instrument en de wijze waarop het wordt gebruikt. In de meeste gevallen is het verstandig het advies te volgen van de fabrikant of leverancier.
De meest voorkomende kalibratie-interval is 1 jaar, maar bij sommige instrumenten, zoals gasmonitoren voor persoonlijke veiligheid, wordt een periode van een half jaar gehanteerd. Wie een instrument laat kalibreren moet deze wegbrengen of opsturen en kan het dus enige dagen niet gebruiken. Het is dus zinvol om het tijdstip van kalibratie zorgvuldig te plannen. Er zijn bedrijven die alle meetinstrumenten laten onderhouden en kalibreren tijdens een zomersluiting of tijdens de kerstvakantie om de efficiëntie zo hoog mogelijk te houden. Het kalibratielaboratorium kan aangeven wat de doorlooptijd is en hoelang het betreffende instrument dus 'afwezig' is.
 
Om de instrumenten zo kort mogelijk te moeten missen, wordt er vaak gevraagd of het mogelijk is om instrumenten op locatie te kalibreren. Dit levert echter problemen op met acclimatisatie (omgevingsfactoren) en een beperkte beschikbaarheid van kalibratie-opstellingen, onderdelen, gereedschap enzovoort. Daarnaast wordt de nauwkeurigheid van een instrument gespecificeerd binnen bepaalde grenswaarden van temperatuur en luchtvochtigheid. Deze omstandigheden kunnen binnen een kalibratielaboratorium worden gerealiseerd, maar op locatie kan dit gemakkelijk mis gaan. Een functietest op locatie is meestal wel mogelijk, maar een kalibratie is op zijn best problematisch.
 

Verloop in nauwkeurigheid

Een instrument dat bij aanschaf binnen specificaties functioneert kan later afwijkingen in nauwkeurigheid gaan vertonen. Uiteraard is dit sterk afhankelijk van het type instrument en de omstandigheden van gebruik, vervoer en opslag. Vrijwel elk meetinstrument functioneert binnen een gespecificeerd temperatuurbereik. Als het instrument in een serviceauto wordt bewaard kan het tijdens een koude winternacht of in de zomerzon aan extreme temperaturen worden blootgesteld, die een blijvende invloed uitoefenen op de werking van de sensoren.
 
Een andere mogelijke oorzaak is het gebruik. De meeste meetinstrumenten worden bij toepassing in de hand gehouden. Het is vrijwel niet te voorkomen dat de gebruiker het toestel ooit een keer laat vallen. Zelfs als er aan de buitenkant van het instrument geen enkele zichtbare schade is te zien, kan de schok invloed hebben op de juistheid van de meetresultaten. Een andere veel voorkomende oorzaak van verloop in de juistheid van de meetresultaten is slijtage, verzadiging of verbruik van onderdelen. Dit is de belangrijkste reden waarom periodiek, preventief onderhoud van meetinstrumenten belangrijk is.
 

De kosten

De kosten van een kalibratie zijn afhankelijk van de tijd die de procedure in beslag neemt en het aantal meetpunten. Waar een kalibratie van een eenvoudige multimeter relatief snel kan gaan, kost de kalibratieprocedure van een elektrotechnisch testinstrument met uitgebreide functionaliteit, zoals een netanalyser, meer tijd. Vaak staat de prijs van een kalibratie in goede verhouding met de aanschafprijs van het instrument, maar soms is een kalibratieprocedure vrij arbeidsintensief, waardoor de prijs kan oplopen. Dit geldt bijvoorbeeld bij instrumenten voor het meten van verschillende parameters voor indoor air quality of infrarood tempartuurmeters. Bij relatief goedkope meetinstrumenten, zoals manometers, kan de kalibratie meer kosten dan de aanschafprijs van het toestel zelf.
De kosten van onderhoud van een instrument zijn afhankelijk van het type instrument. Een eenvoudig elektrotechnisch instrument bevat vrijwel geen onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn. Bij normaal gebruik zijn de onderhoudskosten hiervan dus ook laag. Een rookgasanalyser echter, bevat verschillende elektrochemische sensoren. Deze sensoren hebben een beperkte gebruiksduur en moeten periodiek worden vervangen. Daarnaast bevatten deze instrumenten verschillende filters die door gebruik kunnen vervuilen. De vervangingskosten van deze onderdelen moet dus worden meegewogen bij de aanschaf van een meetinstrument.
 
Een toestel met een lage aanschafprijs en relatief dure vervangingsonderdelen kan op termijn de kostbaarste aanschaf blijken. Het is dus verstandig om bij de aanschaf van een meetinstrument goed te kijken naar de onderhoudskosten, ook wel aangeduid als 'Cost of ownership'. Er zijn leveranciers met een speciaal servicesysteem, waarbij de onderhoudskosten vooraf bekend zijn en tijdens de levensduur van het meetinstrument constant blijven. In sommige gevallen zijn hier zelfs de vervangingsonderdelen inbegrepen.
 
 
Deze tekst is gepubliceerd in de April 2014 edities van de Uneto VNI vakbladen K&S en E&I