Wat is kalibreren en wanneer is het nodig?

In het kort:

Kalibreren betekent dat de meetwaarden van een meetinstrument worden vergeleken met een referentiestandaard. Zo wordt duidelijk en aantoonbaar hoeveel het instrument hiervan afwijkt.

Wat uitgebreider:

Bij kalibratie wordt een aantal meetwaarden van het instrument vergeleken met de (inter)nationale standaard. Het vaststellen van de afwijkingen kan gebeuren door directe vergelijking met deze standaard, maar mag ook door een reeks van vergelijkingen met afgeleide standaarden. Indien er een keten bestaat tussen de kalibratie van uw meetinstrumenten en de (inter)nationale standaard heet de kalibratie van uw meetinstrument herleidbaar.

De referentiestandaarden van EURO-INDEX b.v. zijn allen herleidbaar gekalibreerd, zodat de kalibratie van uw meetinstrument herleidbaar is naar de (inter)nationale standaard.

Let op! Kalibreren is NIET het vaststellen of het meetinstrument teveel afwijkt. Dit is namelijk een bevinding/conclusie van/over de kalibratie. Als aanvullende service vermeldt EURO-INDEX altijd op het kalibratiecertificaat of de uitgelezen waarde binnen de specificaties van het meetinstrument valt (indien van toepassing).

Wanneer is een kalibratie nodig?

Er kunnen verschillende redenen zijn om een instrument te laten kalibreren:

  • U verstrekt uw gemeten data aan derden → hierbij kan wettelijke aansprakelijkheid een grote rol spelen. Met een kalibratiecertificaat kan u de nauwkeurigheid van uw meetdata aantonen.
  • U verricht selectieve (niet indicatieve) metingen waarvan een proces afhankelijk is.
  • Het gebruik van gekalibreerde meetinstrumenten wordt voorgeschreven door normen, richtlijnen, wetgeving (etc.). een voorbeeld hiervan is de gasketelwet.
  • Als het is vastgelegd in uw kwaliteitshandboek (bijv. ISO 9001).

Onze kalibratieprocedure:

In het kort:

  1. Kalibreren (vóór justeren).
  2. Beoordeling van de afwijking.
  3. Indien nodig justeren.
  4. Kalibratie na justeren.
  5. Vermelding op het kalibratiecertificaat.

Hieronder worden de stappen uitgebreider omschreven.

Kalibratie (vóór justeren)

De allereerste handeling, die (indien mogelijk) direct na binnenkomst van het meetinstrument wordt verricht, is een kalibratie. Hiermee kan de voorgaande periode vanaf de laatste kalibratie worden afgesloten.

 

Voorbeeld kalibratie
Er wordt een druk van 2,00000 bar aangeboden aan het toestel en deze geeft 1,928 bar aan. Het verschil bedraagt 0,072 bar. Dit is buiten de specificaties van het toestel.

 

Justeren en kalibratie ná justage

Het meetinstrument dient gejusteerd te worden wanneer na de eerste kalibratie blijkt dat de afwijkingen te groot waren of indien er onderdelen zijn vervangen die direct invloed hebben op de meetwaarden.
Justeren betekent dat het instrument wordt bijgeregeld, zodat het zo accuraat mogelijk en binnen de gestelde specificaties meet. Er is specifieke kennis en vaak software, onderdelen en scholing vanuit de fabrikant nodig, om dit te kunnen doen. Een geautoriseerd servicecentrum, zoals EURO-INDEX b.v. beschikt over deze middelen.

 

Voorbeeld justeren
De kalibratietechnicus stelt het instrument bij, zodat deze een waarde aangeeft, die de aangeboden waarde zo dicht mogelijk benadert.

 

Na justage wordt het instrument opnieuw gekalibreerd. Op het kalibratiecertificaat staan de meetwaarden en afwijkingen van de voorkalibratie, én de relevante meetwaarden na justage (as found as left), zonder extra kosten.

Nakalibratie (na het justeren)

 

Voorbeeld nakalibratie
Bij dezelfde druk van 2,00000 bar geeft het instrument nu 1,999 bar aan, hetgeen ruim binnen de gestelde specificaties ligt*. In de praktijk worden meetinstrumenten natuurlijk op veel verschillende meetpunten en alle bereiken gekalibreerd, om de lineariteit aan te tonen.

*Afwijking bij de BLAUWE LIJN S4680 ST druk(verschil)meter mag zijn: 0,5% RDG + 1 digit. In dit geval1,999 x 0,5% + 1 digit = 0,011 bar.