Het testen van elektrische arbeidsmiddelen

 
Vrijwel iedereen gebruikt bij het uitoefenen van zijn of haar beroep elektrische arbeidsmiddelen. Vaak wordt hierbij alleen gedacht aan elektrische handgereedschappen, zoals een boormachine of een haakse slijper. Er zijn echter talloze elektrische apparaten die mensen gebruiken tijdens hun werk, zoals een bureaulamp, computer, printer en zelfs het koffiezetapparaat in de kantine, die ook tot de categorie elektrische arbeidsmiddelen behoren.
 
De werkgever dient er voor te zorgen dat al deze apparaten in een goede staat verkeren, zodat zijn of haar werknemers zo veilig mogelijk hun werk kunnen doen. Dit is niet wettelijk verplicht, maar als een ongeluk zich voordoet moet de werkgever kunnen aantonen (bijvoorbeeld aan de verzekering) dat alles is gedaan om de veiligheid van de werknemers te waarborgen. Bij VCA gecertificeerde bedrijven is het periodiek testen van de arbeidsmiddelen overigens wel verplicht.
 
De richtlijnen voor het testen van elektrische arbeidsmiddelen staan vermeld in de NEN3140 norm. Deze norm schrijft voor dat een elektrische keuring regelmatig dient te worden uitgevoerd. Indien bij de keuring gebreken worden geconstateerd mogen deze arbeidsmiddelen niet meer worden gebruikt. De keuringstermijn hangt af van een aantal wegingsfactoren. Zo is de mate van gebruik van het arbeidsmiddel, de deskundigheid van de gebruiker, de omgevingsomstandigheden en de kans op beschadiging van belang. In de NEN3140 is een tabel te vinden waarin aan elk van deze factoren punten worden toegekend. Aan de hand van deze punten wordt de keuringtermijn vastgesteld.
 

 

De keuring

Megger PAT410 apparatentester NEN3140

Een keuring bestaat uit een visuele controle en een controle door meting en beproeving. Bij de visuele controle dienen verschillende zaken kritisch te worden bekeken, zoals de mechanische toestand van het apparaat, inclusief de aanwezigheid van vocht en vuil. De aansluitleiding dient te worden gecontroleerd op beschadigingen of ondeugdelijke reparaties evenals de bedieningsorganen. Door te letten op verkleuring kan worden vastgesteld of het materiaal te heet is geweest. Als bij de visuele inspectie geen bijzonderheden worden aangetroffen kunnen de metingen worden uitgevoerd. De hoeveelheid en aard van de metingen is afhankelijk van het soort apparaat dat getest moet worden. Allereerst moet vastgesteld worden of het een klasse I of klasse II apparaat betreft. Klasse I is een apparaat dat is geaard. Hierbij wordt als eerste de weerstand van de beschermingsleiding gemeten. Vervolgens wordt de isolatieweerstand gemeten en daarna wordt een lekstroomtest uitgevoerd. Klasse II betekent dat een apparaat dubbel geïsoleerd is. Hierbij is dus geen sprake van aarding en kan er dus geen beschermingsleiding worden getest. De lekstroom kan op 3 verschillende manieren worden gemeten, waarbij de keuze afhankelijk is van het soort apparaat. Bij elektronisch gevoelige apparaten, zoals computers, wordt meestal de aanraakstroom gemeten. Bij deze test lopen de gevoelige componenten niet het gevaar om te worden beschadigd door de testprocedure zelf.
 
In de NEN3140 staan de grenswaarden van de verschillende tests vermeld. Als een apparaat alle tests is gepasseerd mag het worden goedgekeurd. In veel gevallen wordt het apparaat dan voorzien van een keuringssticker. Hierop staat meestal de maand en het jaartal van de volgende keuring vermeld. Er zijn ook stickers verkrijgbaar waarop de datum van de laatste keurig wordt aangegeven. Deze worden vaak gebruikt indien keuringen worden uitgevoerd door derden, die niet concreet kunnen vaststellen hoe frequent de klant het arbeidsmiddel zal gaan gebruiken. De verantwoordelijke die de registratie bijhoud, hoort er dan zorg voor te dragen dat de apparaten tijdig voor herkeuring worden aangemeld.
 
 

Het testinstrument

Voor het uitvoeren van een NEN3140 test zijn verschillende instrumenten verkrijgbaar. De minst kostbare toestellen zijn uitsluitend in staat tot het verrichten van de afzonderlijke metingen en het weergeven van de meetwaarde op een display. U dient bij deze instrumenten dus goed te weten welke tests u moet uitvoeren en wat de geldende grenswaarden zijn. Er zijn ook testinstrumenten die een aantal taken van u overnemen en daarmee sneller kunnen werken. Bij deze instrumenten dient u aan te geven of het om een klasse I of II toestel gaat, waarna de noodzakelijke tests automatisch worden uitgevoerd. Na elke test wordt de meetwaarde weergeven met het predicaat “OK” of “niet OK”. De grenswaarden van de NEN3140 norm zijn reeds ingevoerd in het meetinstrument. Er zijn ook instrumenten die na een gehaalde test direct de volgende test uitvoeren, maar dit biedt de gebruiker niet de mogelijkheid om bij meetwaarden die de voorgeschreven grenswaarde dicht naderen wat nader onderzoek te doen.

Van elke test dienen de meetwaarden te worden vastgelegd op een keuringscertificaat of in een lijst. Dit kan natuurlijk handmatig worden gedaan, maar dat is tijdrovend werk. Veel testinstrumenten hebben de mogelijkheid om testresultaten op te slaan in een geheugen, waarna deze met software op een PC kunnen worden opgeslagen. Sommige instrumenten beschikken zelfs over een QWERTY-toetsenbord om gegevens over het arbeidsmiddel in te kunnen voeren. Op die manier kan met het testinstrument op locatie worden getest, waarna aan het einde van de werkdag alle testresultaten in een computer kunnen worden gedownload voor opslag. Indien gebruik wordt gemaakt van geavanceerde software kan zelfs een compleet beheerssysteem worden opgezet. Hierbij laat de computer weten welke arbeidsmiddelen die dag getest dienen te worden, waarna de gegevens van de apparaten in het testinstrument worden geupload. De gegevens hoeven dus niet meer handmatig te worden ingevoerd, wat een grote tijdwinst oplevert. Om de zaak nog verder te automatiseren bestaan er ook nog systemen met barcodestickers.

Hierbij wordt met een barcodescanner de sticker op het apparaat gescand, waarna alle relevante gegevens in het testinstrument staan. Bij de keuze van een testinstrument is het dus verstandig om u goed te laten adviseren door een leverancier met kennis van zaken. Als u veel apparaten moet testen kunt u met een duurder instrument in combinatie met goede software veel tijd besparen. Voor een bedrijf met een beperkt aantal elektrische arbeidsmiddelen is een eenvoudig instrument wellicht voldoende. Er kan natuurlijk ook voor worden gekozen om het werk uit te besteden.
 
 

Kwaliteit

Niet iedereen mag zomaar apparaten testen volgens NEN3140. De norm schrijft voor dat de persoon die de testen uitvoert een VOP (Voldoende Onderricht Persoon) moet zijn. Hiertoe worden mensen gerekend met een voltooide opleiding in het middelbaar beroepsonderwijs met een elektrotechnische richting. Het is ook mogelijk om een certificaat VOP te behalen door het volgen van een korte cursus bij één van de erkende opleidingsinstituten. Om de kwaliteit van het testinstrument te waarborgen is het verstandig om deze jaarlijks te laten onderhouden en kalibreren. Op deze wijze heeft u altijd de beschikking over een goed werkend instrument dat binnen de specificaties functioneert en kunt u dit ook aantoonbaar maken indien u aansprakelijk wordt gesteld. Het is wel belangrijk om het onderhoud en de kalibratie te laten uitvoeren bij een geautoriseerd service centrum. Dit betekent dat het bedrijf door de fabrikant is geautoriseerd en beschikt over de kennis, originele materialen en software om het instrument te behandelen.