SCIOS
Begrippenlijst:
EBI = Eerste of Bijzondere Inspectie
PI = Periodieke Inspectie
PO = Periodiek Onderhoud
BEES = Besluit Emissie Eisen Stookinstallaties
VISA = Veiligheid van Installaties voor het Stoken van Aardgas
SCOPE = In de scope op het certificaat wordt aangegeven voor welke toestelcategorieën het bedrijf is gecertificeerd.
PI = Periodieke Inspectie
PO = Periodiek Onderhoud
BEES = Besluit Emissie Eisen Stookinstallaties
VISA = Veiligheid van Installaties voor het Stoken van Aardgas
SCOPE = In de scope op het certificaat wordt aangegeven voor welke toestelcategorieën het bedrijf is gecertificeerd.
Scopes
Vanwege verwantschappen tussen bepaalde toestelcategoriën zijn deze gegroepeerd in een zevental scopes (specifieke werkgebieden):
Vanwege verwantschappen tussen bepaalde toestelcategoriën zijn deze gegroepeerd in een zevental scopes (specifieke werkgebieden):
Scope 1
Atmosferische verwarmingsketels en luchtverhitters:
Atmosferische verwarmingsketels en luchtverhitters:
- woon- en verblijfsgebouwen
- zorgsector
- kerken
- vrijstaande luchtverhitters
Scope 2
Ventilatorbranders op warmwaterketels en luchtverhitters voor:
Ventilatorbranders op warmwaterketels en luchtverhitters voor:
- woon- en verblijfsgebouwen
- gebouwen voor onderwijs en opleidingen
- zorgsector
- kerken
- tuinbouw; hiertoe worden tevens ovens met een standaard ventilatorbrander gerekend. (Heetwaterketels, stoomketels vallen onder de categorie van scope 3 en luchtverhitters (direct gestookte systemen) vallen onder de categorie van scope 5).
Scope 3
Stoom- en heetwaterketels
Stoom- en heetwaterketels
Scope 4
Verbrandingsmotoren en gasturbines
Verbrandingsmotoren en gasturbines
Scope 5
Bijzondere industriële installaties
Bijzondere industriële installaties
- ovens
- fornuizen in de procesindustrie
- drooginstallaties
- naverbranders
- luchtverhitters
- stookinstallaties (niet standaard)
Scope 6
NOx-metingen
NOx-metingen
Scope 7
Brandstofleidingen
Brandstofleidingen
Welke meetapparatuur?

O2 = Zuurstof
CO2 = Kooldioxide
CO/H2 ppm = Koolmonoxide (waterstof gecompenseerd) in ppm
CO vol.% = Koolmonoxide in volume procenten
NO = Stikstofmonoxide
NO2 = Stikstofdioxide
SO2 = Zwaveldioxide
ΔT = Temperatuur(verschil)
ΔP = Druk(verschil)
Alle metingen gelden voor ketel installaties > 100 kW.
EURO-INDEX b.v. kan uw bedrijf voor elke SCIOS toepassing een gepast advies geven.
Kalibratie
De herkalibratie termijn wordt gesteld, als adviestermijn volgens de leverancier. Hier blijft ons standaard herkalibratie-advies gewoon gelden. Voor scope 1 t/m 5 geldt: Eén keer per jaar kalibratie van het toestel door de leverancier. Verder moet de CO-sensor van de meetapparatuur periodiek door de eigenaar van het apparaat worden gecontroleerd aan de hand van gasflessen. Dit is de SPAN-controle. Dit houdt in dat de sensor wordt getest op de bovenwaarde van het bereik. Voor de CO-laag sensor adviseert het SCIOS een waarde tussen 1.000 en 3.500 ppm en voor de CO-hoog sensor ligt dit advies tussen 8.500 en 1 vol.%. Neem voor nauwkeurigheid van de gasflessen 2% of 5%.
Het aanbieden van het proefgas gaat als volgt: ga vanuit het reduceerventiel met een voordruk van ongeveer 1 bar naar een t-stukje. De ene kant van het t-stukje gaat naar het te controleren apparaat en de andere kant van het t-stukje gaat naar een flow-meter die wordt ingesteld op een flow van ± 20 liter/uur. Hierdoor weet u dat het apparaat voldoende flow krijgt en dat u altijd hetzelfde principe aanhoudt. Bereken 90% van de eindwaarde van de gasfles als het gas erop staat, meet dan de tijd die de meter erover doet om deze 90% te halen. Dit is de T90-tijd. Deze tijd zegt wat over de veroudering van de sensor. Wacht hierna ± 3 minuten tot de waarde stabiel is. Deze waarde moet binnen de nauwkeurigheid vallen die SCIOS voorschrijft. Let wel op de onnauwkeurigheid van de gasflessen en de afwijking van 5% van het meetapparaat.
Voor scope 6 gelden twee verschillende kalibraties.
De gewone jaarlijkse kalibratie bij de leverancier en de controlekalibratie aan de hand van kalibratiegasflessen. Normaliter wordt voor deze gasflessen waarden genomen die in de praktijk voorkomen. Meestal ligt de waarde van de gasflessen voor NO op 80 ppm en voor NO2 op een waarde van 10 ppm. De twee gassen kunnen door de gasflesleverancier in één gasfles worden gedaan.
EURO-INDEX b.v. kan uw bedrijf voor elke SCIOS toepassing een gepast advies geven.
Kalibratie
De herkalibratie termijn wordt gesteld, als adviestermijn volgens de leverancier. Hier blijft ons standaard herkalibratie-advies gewoon gelden. Voor scope 1 t/m 5 geldt: Eén keer per jaar kalibratie van het toestel door de leverancier. Verder moet de CO-sensor van de meetapparatuur periodiek door de eigenaar van het apparaat worden gecontroleerd aan de hand van gasflessen. Dit is de SPAN-controle. Dit houdt in dat de sensor wordt getest op de bovenwaarde van het bereik. Voor de CO-laag sensor adviseert het SCIOS een waarde tussen 1.000 en 3.500 ppm en voor de CO-hoog sensor ligt dit advies tussen 8.500 en 1 vol.%. Neem voor nauwkeurigheid van de gasflessen 2% of 5%.
Het aanbieden van het proefgas gaat als volgt: ga vanuit het reduceerventiel met een voordruk van ongeveer 1 bar naar een t-stukje. De ene kant van het t-stukje gaat naar het te controleren apparaat en de andere kant van het t-stukje gaat naar een flow-meter die wordt ingesteld op een flow van ± 20 liter/uur. Hierdoor weet u dat het apparaat voldoende flow krijgt en dat u altijd hetzelfde principe aanhoudt. Bereken 90% van de eindwaarde van de gasfles als het gas erop staat, meet dan de tijd die de meter erover doet om deze 90% te halen. Dit is de T90-tijd. Deze tijd zegt wat over de veroudering van de sensor. Wacht hierna ± 3 minuten tot de waarde stabiel is. Deze waarde moet binnen de nauwkeurigheid vallen die SCIOS voorschrijft. Let wel op de onnauwkeurigheid van de gasflessen en de afwijking van 5% van het meetapparaat.
Voor scope 6 gelden twee verschillende kalibraties.
De gewone jaarlijkse kalibratie bij de leverancier en de controlekalibratie aan de hand van kalibratiegasflessen. Normaliter wordt voor deze gasflessen waarden genomen die in de praktijk voorkomen. Meestal ligt de waarde van de gasflessen voor NO op 80 ppm en voor NO2 op een waarde van 10 ppm. De twee gassen kunnen door de gasflesleverancier in één gasfles worden gedaan.


